“Life would be so much easier with a third arm”
Jessica Watson, who might become the youngest person to sail solo, nonstop and unassisted around the world
“Life would be so much easier with a third arm”
Jessica Watson, who might become the youngest person to sail solo, nonstop and unassisted around the world
Als we vrijdagmorgen, teleurgesteld na een gecancelde én een vertraagde vlucht maar besluiten om niet naar Rome te gaan, weten we nog niet hoe lekker we het zondag op het water gaan krijgen. Inmiddels weten we dat wel. (Heerlijk!)
Het is droog, maar de zon duikt helaas de meeste momenten achter een dikke wolkenlaag. De wind trekt aan van windkracht vier naar ruim vijf met verraderlijke vlagen van zeker 30 knopen. Voor vertrek is de genoa al verruild voor de HA-fok. En later moet ook dat eerste rif in het grootzeil om het een beetje droog te houden. Het gangboord dan, want in de kuip spatte het flink. (Buiskappen zijn voor, eh… mooiweerzeilers?) Dit is heerlijk pittig zeilen!
De haven is praktisch uitgestorven. Minimaal de helft van de boten is het water al uit. En op de plas is het relatief rustig. Je ziet slechts een paar medezeilers, die elkaar groeten vanuit het gedeelde genoegen: “Hoezo einde vaarseizoen?!”
Als we in de middag uit Monnickendam vertrekken is het zonnig. En het waait lekker, uit het oosten dus behoorlijk fris. En dat blijft zo, tot Enkhuizen: fris en lekker. Nu de zon weg is, wordt het echt koud dus kruipen we in ons knusse kajuitje.
Dit is een goed moment om aan die 3 seizoenen Dexter te beginnen.
Zondag is het laatste stukje naar Monnickendam een peuleschil. Het waait nog lekker ook. En zo kijken we terug op een bijzonder geslaagde vakantie, met goed zeilweer en een prachtige tocht naar nieuwe, bijzondere plekken. En een boel gezelligheid, vooral in het staartje. Mede hierdoor zijn de laatste reisverslagen en de vele mooie zeilfoto’s nog op de plank blijven liggen, inmiddels al ruim een week.
Voor het “ontwikkelen” van de dSLR-foto’s verwacht ik nog heel wat uurtjes nodig te hebben. Dit bericht is, net als enkele voorgaande, geantidateerd om de chronologie van de verslagen vast te houden. De bijbehorende foto’s volgen: Hou deze RSS-feed of mijn persoonlijke verzamelfeed in de gaten!
Er zijn eindelijk foto’s geplaatst bij een aantal van de tochtbeschrijvingen. En er zullen nog meer volgen.
In Zierikzee twijfelen we. Willen we weer buitenom terug, of gaan we nog een stukje van de Staande Mast Route doen. Waar we twee jaar geleden het meest zuidelijke stukje pakten, lijkt nu de volgende etappe interessant. Op zee wordt namelijk 7 Beaufort voorspeld.
Op donderdag varen we laat in de middag naar Willemstad. Het is donker als we hier aankomen en nog steeds als we vertrekken: Om 5:30 uur gaat de wekker. Dit keer niet vanwege het tij, maar vanwegen de bruggen die we moeten halen. Rond 13:00 uur de spoorbrug in Gouda, rond 18:00 de bruggen bij Boskoop, 20:00 bij Schiphol en dan vóór 23:00 uur melden in A’dam.
Het komt allemaal nét uit en na een lange, natte, bijzondere tocht lopen we om 03:00 uur de Sixhaven binnen. Daar blijven we lekker een dagje liggen, om uit te blazen en op te drogen. (’t Is tenslotte vakantie. Nog heel even.) De Amsterdamse Uitmarkt brengt ons die avond meer vertier, een gaaf optreden van Pete Philly en nog “een beetje regen“, maar dat mag de pret niet drukken.
Onze buurman in Oostende zagen we weken eerder al bij vertrek uit Boulogne. Hij zeilde solo naar de Kanaaleilanden terwijl wij de Engelse zuidkust afschuimden, vertelt hij bij een iets te gezellig boordborreltje. En als we de woensdag rustig, met ruime en flinke wind in enkel het grootzeil en een kleine spijker in het hoofd richting Zierikzee varen, komt deze bikkel ons snoeihard voorbij blazen.


Twee zeilen zijn ‘m hierbij niet genoeg: met grootzeil aan loefzijde uitgeboomd en z’n fok vliegend aan lei maakt hij zoveel snelheid dat z’n anker in de golven verdwijnt. Hebbie haast, Jeroen? 😉
Vanaf de Roompotsluis krijgen we een bijzondere opstapper aan boord: Marcel van de Live, die we ontmoetten op Barbados en die nu gezellig een klein stukje met ons meevaart en ons daarna wat van de plaatselijke genoegens leert kennen.
Vanaf Dover wordt het, deels onverwacht, echt gezellig aan boord. In onze laatste Engelse haven komen we de oude buurman van Rietje tegen, die solo op z’n First 38 naar de Solent is geweest. We drinken een kop koffie en wisselen mooie verhalen uit, om vervolgens elk ons weegs te gaan, Ton via Harwich en wij steken over.
Op precies dezelfde manier als vorig jaar rammen we van Dover naar Oostende. Nu met iets minder wind, maar praktisch dezelfde snelheid. Oostende is normaal al gezellig, maar nu helemaal. Zowel in de yachtclub, als aan de mooring naast ons, treffen we gezellige zeilers, toevallig (?) allemaal uit Hellevoetsluis.
Na de wijze lessen bij Bill op de thee en een maaltijd bij de yachtclub van Weymouth, varen we de volgende ochtend in een paar uur snoeihard de Solent op. We sjokken wat door het mooie Yarmouth, genietend van het zomerse eilandgevoel en het klasseverschil met Weymouth (véél betere fish and chips). En na een goede nacht slaap zeilen we sloompjes, via Lymington voor lunch, vol tegen de Solent-stroom naar Portsmouth.
Portsmouth is een enorme haven die van groot (historisch) belang is voor de Britten. Er is van alles te zien en dat doen we dus niet: Om 03:30 uur lokale tijd gaat de wekker weer. We moeten door, richting het oosten. Erg jammer, maar we hebben in elk geval de volgende keer op de Solent nog genoeg te ontdekken.
Het is nog pikkedonker als we de haven uitvaren. Over de Solent varen al de nodige joekels van vrachtschepen. En als we na anderhalf uur de Solent afvaren ontdekken we nog twee zeilboten met het zelfde vaarplan. Da’s altijd fijn, want dan weet je in elk geval dat je samen een rekenfout hebt gemaakt.
Inmiddels zitten we voorbij de helft van de “East Passage”, een vaarplan op een aansluitende reeks getijdenstromen die het mogelijk maken om extra lang het tij méé te hebben: vanaf The Looe Channel, de oostuitgang van de Solent, tot vlak voor Dover kun je stroming in de rug houden – als je maar wel doorvaart. En dat is sinds vanmiddag een beetje een probleem: Er is bijna geen wind meer.
Exmouth is niet alleen een beetje jammer vanwege z’n lastige aankomst. De wind is er ’s avonds bovendien te koud om echt van het wijdse uitzicht te genieten. Het eten (steak uit Brixham) smaakt er gelukkig wel prima! Na een kort en niet heel relaxed nachtje aan de mooring rammen we, niet helemaal lekker op de tijstroom, door naar Weymouth. En daar blijven we een nachtje extra, vanwege de voorspelde ZW 7 Beaufort die ons niet zou helpen om vanuit het westen de Solent op te varen.
De verwaaidag wordt nuttig besteed met een bustocht over het schiereiland van Portland, tot aan het zuidelijke puntje “Portland Bill”. Een desolate en fotogenieke plek. Met deze wind en stroming zou de eerder genoemde race aldaar bovendien voldoende visueel spectakel op moeten leveren. En dat gebeurt zeker: Tot vier keer toe zien we een onfortuinlijke zeiler z’n boot nét niet krap genoeg de “binnendoor-route” nemen. Vier keer gaat het mis, maar loopt het gelukkig zonder zichtbare schade af.
Bij Portland Bill heb je de keuze tussen enkele mijlen omvaren, of binnenlangs de op z’n minst rommelige, meestal gevaarlijke maalstromen af te steken.
En als je ook maar ietsje meer dan de aangeraden 50m uit de rotsachtige kustrand vaart, sleurt de vreselijk sterke getijstroom je genadeloos mee de wasmachine in. Binnen een kwartier wordt een weerloos zeilbootje alle kanten op geslingerd, door grote golven overspoeld en mijlenver uit de kust gezet. Op z’n minst loopt het ego van de schipper een flinke deuk op, maar het kan ook erger.