Zet de komende VOR in je agenda

Vaste lezers weten hoe gek ik ben op de Volvo Ocean Race. Over precies een jaar start de eerste wedstrijd, in Alicante. Nu het race-schema helemaal bekend is wil ik de lezers graag helpen met deze handige “life-hack”:

Met een paar kliks kun je het raceschema van de komende editie van de Volvo Ocean Race aan je agenda toevoegen. En als je een beetje moderne digitale agenda hebt, worden eventuele wijzigingen en aanvullingen automatisch bijgewerkt!

Geplaatst in VOR

Online samenwerken aan de boot

Vandaag slaan we één winterwedstrijdje over, volgens planning, vanwege de festiviteiten van gisteravond. Maar zo’n luie dag is toch nuttig besteed met het ontdekken van de (vandaag toevallig gratis) app Maptini (CrowdMap), voor iPhone en iPad. Hiermee is het mogelijk om samen online mindmaps te maken. En da’s handig, voor de boot.

Mindmaps?

Mindmaps zijn een gave manier om je gedachten te ordenen, in hiërarchische structuren. Er zijn al veel toepassingen voor. Maar niet eerder zag ik er eentje waarmee je zo makkelijk kunt samenwerken: online, gelijktijdig, vanaf verschillende mobiele apparaten én, zoals dat hoort, via het web.

Bootklussen!

Mensen met een eigen boot, en zeker een ouwetje klassieker, weten dat de lijst met klussen, wensen en reparaties, nooit krimpt. Er zijn altijd méér dingen die je aan een boot moet/wilt doen, dan je kunt in de tijd die je ervoor hebt. Al helemaal als je binnen die tijd ook nog een beetje wilt zeilen. En tijdens het zeilen groeit zo’n lijst vanzelf, want er gaan ook weer dingen stuk.

Onze klussenlijst is dit jaar vrij lang en onoverzichtelijk. En gisteren is besloten dat we dit jaar tóch niet in de loods overwinteren. Dus zullen we keuzes moeten maken. We zijn samen meteen aan de slag gegaan om alle bootklussen te verzamelen en ordenen. Kijk nu én de komende wintermaanden “live” mee naar onze gedachtenspinsels:

(Suggesties en aanvullingen zijn uiteraard welkom in de reacties hieronder.)

Did Not Finish

Na verschillende wedstrijden op andermans boot is het zaterdag eindelijk zover: We varen onze eerste wedstrijd op eigen kiel, op het Haringvliet. En zoals je uit de titel van dit bericht al kunt afleiden, niet met al te groot succes.

Duo-handed

De wedstrijd is ons op het lijf geschreven: een “duo-handed”, waarbij de bemanning van iedere boot bestaat uit twee man/vrouw. Veel van de oorspronkelijk ingechreven boten kunnen er helaas niet bij zijn, waaronder ons zusterbootje de Petite Folie. (Hopelijk volgende keer weer. In elk geval wensen wij ze sterkte met de omstandigheden die ’t hen deze keer belemmerden!)

In deze Google Spreadsheet worden de verschillende klassen getoond, met de deelnemers en hun score:

Voldoende wind

Het waait, bij de start al, ruim voldoende. Met onze genua is de boot aan de wind dan nog net onder controle te houden. En de baan bestaat voor het grootste deel uit ruime rakken. Dus dat grote zware zeil hebben we wel nodig om bij te blijven, denken we. Zeker met de afnemende 5-6 Beaufort die voorspeld is.

De wind neemt niet af, maar toe. En in de loop van de tocht nog flink ook. En eenmaal aangekomen bij Het Vuile Gat, waar we een klein stuk iets meer aan de wind moeten varen, vlaagt het over de 25 knopen. En dat blijkt echt teveel voor de oude genua.

Het Loeder, RIP

De oude genua lourde droeg de bijnaam Het Loeder omdat het, zeker in doorweekte staat, nogal onhandelbaar was. Voor het grote feest van onze rolreef-installatie, leidde Het Loeder regelmatig tot semi-wanhopige situaties op het voordek. De doek is dik, zwaar, bol uitgezeild en gehavend van eerdere reparaties. Niet bepaald een sierstuk op het bootje, maar wel het enige zeil waarop we aan de wind écht lekker door de golven sturen en bij “normale” ruime wind de vaart er (flink) inhouden.

Ietsje hoger aan de – te harde – wind op het Haringvliet is het echter snel bekeken met Het Loeder. Na een paar minuten klapperen blijkt er een flinke scheur te zijn ontstaan: op tweederde boven het dek is het zeil van achter naar voren gedeeld.

Even twijfelen we: Wisselen we het voorzeil voor de High Aspect? Of zetten we nu, voor de veiligheid, even de motor bij? We kiezen voor het laatste, waarmee we deze wedstrijd opgeven. Volgende keer proberen we het gewoon opnieuw!

Frankrijk, België, Hellevoetsluis, Utrecht

Natuurlijk moet ik het verhaal van deze tocht wel even afmaken. En gezien mijn huidige, geblesseerde conditie kan dat best even vanaf de bank.

Via Dieppe en Boulogne

Vanuit Fecamp vertrekken een stuk of tien boten bijna tegelijk naar bijna allemaal dezelfde bestemming: Dieppe. Het is erg licht weer en op de drifter (een hele grote, bolle genoa) komen we net aan de wind niet erg lekker vooruit. Wanneer we als een van de laatste boten lichtelijk gefrustreerd op onze bestemming aankomen blijken we bovendien een bijzondere dolfijnenshow gemist te hebben: Vlak vóór het havenhoofd schijnt een handvol van deze prachtige dieren een drietal boten op spectaculaire wijze te hebben vermaakt. Helaas, maar toch bedankt voor de vis.

Van Dieppe zeilen we de dag erop door naar Boulogne. Opnieuw met meerdere boten en opnieuw met weinig wind. Dit keer lopen we echter een stuk beter, met de spi als halfwinder. En aangekomen in de haven wordt het erg gezellig als bij de spontane boordborrel steeds meer zeilers uit Hellevoetsluis (uiteraard Bianca en Tjeerd van de Seven, maar ook Judith & Marcel van de Libelle, en later Janet & Tjitte van de Cinta Baru) in onze kuip plaatsnemen. Met acht man hangt het kontje bijna in het water, zo gezellig is het.

Naar Oostende (geen Calais gezien!)

De volgende dag is stevige wind beloofd. Maar het regent bovendien ongelofelijk hard. Terwijl we met gemiddeld(!) 9.5 knopen over de grond voorbij Calais stuiven, is die stad een paar mijl uit de kust nauwelijks te zien. Wel merken we dat we er dichtbij zijn als vlakbij ineens twee grote invarende ferries uit de grijze brei opdoemen. Vlak erna komt er nog eentje naar buiten. Houden we voldoende afstand, ondanks onze enorem snelheid? Snel blijkt natuurlijk dat zij nog veel harder gaan en rustig voorlangs voorbij schuiven.

De wind neemt voorbij Duinkerken wat af. Maar de lange tocht gaat nog steeds zó snel dat we in Oostende aangekomen, een prachtplekje kunnen vinden: We liggen als vierde langszij.

Oostende, Hellevoetsl(h)uis

We nemen nog één extra dagje vakantie in Oostende. Om op te drogen, uit te rusten en een beetje te werken. Maar lokale haven-Wifi hapert dus de “floating office” moet helaas nog een dagje dicht. Dan maar luieren op dek, in de volle zon. En na een zalige maaltijd bij de Royal North Sea Yachtclub en een nieuwe lading “smokkelwaar” van de General Stores, zijn we klaar voor de thuisreis.

Ook die laatste tocht loopt vlot, voorspoedig en bijna helemaal droog. We halen makkelijk voor tienen de vestingbrug. En net ná de indrukwekkend bewolkte zonsondergang ligt het bootje weer, helemaal veilig, in haar eigen box. En wij kunnen de volgende ochtend bijna ongeschonden naar huis. Een absolute topvakantie!

Cherbourg, St. Vaast en Fecamp

Het zit ook wel eens mee. De stroom in elk geval: Met gemiddeld ruim acht knopen blazen we van Guernsey voorbij Alderney. We nemen de ‘veilige’ route, linksom Alderney en de Casquets, waarmee we de beruchte race van Alderney vermijden. Het is een beetje een omweg en je maakt geen gebruik van de extreme meestroom die je in die race hebt. Die omweg is niet persé nodig, maar wel zo goed voor de gemoedsrust. Want met de 6 Beaufort hoog aan de wind en met de stroom mee zou het daar wel eens een vervelende wastobbe kunnen zijn. Je weet het niet. Wij voorlopig niet, in elk geval. Een volgende keer zullen we die race eens wat dichterbij bekijken.

Neerhaler

Vanaf Alderney gaat het nog steeds hard. Tot vlak vóór Cherbourg erg voorspoedig, totdat de neerhaler ineens van het dek knapt. Een gebroken oog, dat lastig te repareren zal zijn. Ach, voorlopig hebben we die neerhaler toch niet nodig: die gebruiken we alleen… eh, met ruime wind. En we hebben ‘m de komende week met de overwegend zuidwesten wind vooral… in de rug. Dus. 🙁

Cherbourg is niet veel aan. De jachthaven is groot en, voor Franse begrippen, gelukkig schoon. De stad lijkt, net te ver van de haven, groot en vies en eigenlijk te ver lopen. Maar we eten erg lekker bij de jachtclub: o.a. oesters uit St. Vaast, die ons mede doen besluiten wat de volgende haven wordt.

St. Vaast La Hougue

De aanloop van de haven van St. Vaast valt volledig droog. Je kunt er daarom alleen uit of in rond vloed. Als we er na een lekkere tocht aankomen is het helaas ná winkelsluiting en daarmee kunnen we de beroemde delicatessezaak in het dorp helaas niet meer in. Maar we hebben we geen spijt van deze stop. Het is een prachtig plekje waar we – opnieuw – heerlijk eten en gezellig wat boordborrelen met de bemanning van de Hydraaij… weer een bekende boot, weer uit Hellevoetsluis. En bij vertrek worden we getrakteerd op een oogverblindend mooie zonsopgang.

Fecamp

Na St. Vaast speren we een flink stuk door. We slaan de hele Seine-baai over en leggen na een tocht van iets meer dan 11 uur aan in Fecamp. Da’s niet alleen een bekend plekje van twee jaar terug. (Met nog steeds dezelfde ellende qua internet in Frankrijk.) Maar bovendien treffen we daar weer de gezellige familie van de Seven, die ons warm onthaalt met leuke verhalen, een fijne maaltijd bij hen aan boord en een mooie kleurplaat met daarop een “lekker wijf” (quote Megan, 4 jaar).

Nu twijfelen we nog, op onze lay-day in Fecamp: Gaan we morgen in een langere klap door naar Boulogne en dan nog even het Kanaal op-en-neer via Ramsgate naar Oostende? Of pakken we de tussenstop in Dieppe, dan Boulogne en door naar Oostende? Het weer wijst op de tweede optie, want met weinig wind gaan we niet teveel mijlen maken.

Zeewaterpomp

Het lek in zeewaterpomp is gemaakt, dus we kunnen weer varen zonder vol te lopen. Maar de reparatie heeft wat zweetdruppeltjes en vooral tijd gekost. Gelukkig is het vakantie. Isn’t it, my love?.

De oppervlakkige diagnose was snel gemaakt en simpel: een kapotte keerring, die relatief makkelijk vervangen zou kunnen worden. Door een monteur, dat wel. Maar de lokale Volvo Penta-specialist Marine & General, waarmee ik sinds maandagmiddag telefonisch contact had, beweert eind van de dinsdagmorgen ineens dat vervangende onderdelen niet meer te krijgen zouden zijn voor ons type motor. De oplossing zou een kostbare worden: het vervangen van de hele zeewaterpomp, voor zo’n £289,- (exclusief montagekosten). Oh dear.

Customer service

Onze motor is een van de nieuwste onderdelen aan de hele boot. Een modern type, zo’n vijf jaar geleden geïnstalleerd. Dus als ik bel met Flevo Marina Jachtservice waar de MD2030-D destijds is ingebouwd, verklaren zij de Guernese motorspecialist (ook) voor gek: die onderdelen zijn er. Plenty, zelfs.

Flevo Marina bevestigt de diagnose en de simpele oplossingsrichting. Uit blijk van pure klantenservice zoekt men in Lelystad zelfs nog even de exacte serienummers voor me op. (Dank!) Nadat ik deze doorbel naar de M&G ga ik zelf even op pad en heb ik de twee keerringetjes binnen een kwartier te pakken. Voor £4,10 het stuk. Om vervolgens door M&G te worden teruggebeld dat ze me pas donderdag aan de onderdelen kunnen helpen.

Make it a little?!

De dame aan de andere kant van de lijn verslikt zich in excuses en belooft dat er a.s.a.p. een monteur langskomt. Dat doet de goede man inderdaad en eind van de middag, vlak vóór tea time is het hele zaakje opgelost. Wij wat luttele Ponden armer maar een dichte pomp en een nieuw vaarplan rijker:

We varen vandaag naar Cherbourg. Het waait flink en de stroom is stevig. Die 50 mijltjes zouden we wel eens binnen zeven uur kunnen varen. Als het meezit, natuurlijk. Time will tell.

Lek, dus rondje Herm

Vanuit Guernsey moeten we langzaam aan gaan nadenken over de terugreis. Alderney ligt net boven Guernsey en is dus formeel een stap richting huis, zij het een kleintje. Maar ’t is wel prima springplank naar de Franse kust. En met de vele knopen stroom ben je er zo. Vertrekkend uit St. Peter Port besluiten we daarom om een klein omweggetje om het mini-eiland Herm te maken.

En dan ontdek ik, min-of-meer toevallig, een lek in het koelsysteem van de motor. Daar waar koud zeewater ingepompt wordt, druipt een behoorlijke hoeveelheid water langs de motor de bilge in. Not good.

Damn

Tijdens het zeilen probeer ik e.e.a. op te lossen: Het is vast de aanvoerslang! Die maak ik iedere winter even los om het water eruit en anti-vries erin te laten – en in de lente vice versa. Maar helaas, verder dichtmaken en aandraaien helpt niets. Blimey. De flens van de impellor? Nop. De afvoerslang? Too bad. Het lek blijkt echt achterop het pomphuis te zitten. En daar doe ik zelf niet zoveel aan, behalve stelpen. Damn! Hoe kan dit nou weer, zo vlak na een servicebeurt?

We besluiten om terug te keren naar Guernsey. Op Alderney is niet zoveel en er zal ook wel geen goeie monteur zijn. (Later horen we dat dit meevalt.) En de eerste de beste monteur die ik bel, nog onderweg naar St. Peter Port, belooft meteen de volgende ochtend langs te komen. (Inmiddels is de ochtend bijna voorbij maar de goede man heeft het een beetje druk. We wachten nog even af, maar het middagtij kunnen we shaken.)

Aan het eind van de middag liggen we dus weer te wachten voor de Victoria Marina, totdat de drempel voldoende water boven zich heeft om ons binnen te laten.

En we zijn niet alleen

Blijkbaar zijn meer mensen van plan om vanavond, vanaf 23:00 uur NL-tijd, de haven in te gaan. Steeds meer boten komen langszij aan de wachtsteiger, waar wij als eerste in een rij aan vastlegden. Voor en achter ons stapelt men de boten lekker door. Maar onze rij is de recordhouder: Op het hoogtepunt van het hele circus liggen er 16 boten zij-aan-zij aan onze boot vastgemaakt. De 4 stootwillen aan walzijde zijn zo plat als uitgeperste sinaasappels; de dikke, extra landvast staat strakker dan de gemiddelde pillenslikkende kaalkop op zaterdagavond. Fototoestellen klikken en in een mengelmoes van Frans, Engels en Nederlands praat iedereen enigszins opgelaten over deze gekke drukte.

In gedachte zien we de mooie bolle wangetjes van ons bootje langzaam indrukken en haar dek omhoog komen. Maar ze is zo sterk als we verwachten en weert zich kranig tegen die vele tonnen druk. Als een tijdje vóór hoog water de havendienst de 80+ boten binnen een uurtje de haven in leidt, vinden we zelfs – als één van de laatsten in de haven – een prima plekje. G&T, anyone?

Oversteek naar Guernsey

Het is donker en nevelig in Poole, om 05:00 lokale tijd. Een uurtje later is het iets minder donker maar erg nat en “knobbelig”. Met die paar lullige uurtjes slaap die we gehad hebben, vertrouw ik er eerlijk gezegd niet helemaal op dat we Guernsey gaan halen. Eerder dat we zullen uitwijken naar Cherbourg of Wight. Of hoogstens Alderney zullen halen.

Maar het waait goed, in elk geval: De oversteek lijkt, met de wind die iets westelijker dan zuidwest blijft, nét bezeild. Als die nevel optrekt en de golven niet vervelender worden, is er weinig meer wat er echt mis kan gaan.

Soms zit het mee

Op een bepaalt moment breekt zelfs de zon door. De wind houdt het grotendeels vol en de golven blijven rustig. En ons log, dat sinds Southampton verstopt leek te zijn, begint ineens weer te draaien en geeft bovendien een prima watersnelheid aan. Nog sterker, de GPS-positie op de iPad vertelt dat we flink vóór lopen op het tochtplan.

Rond vijf uur zijn we boven Alderney en zet de gekenterde stroom ons flink west. En tussen de Casquets ligt de stroomgolvige Straat van Ortac die we, een tikje overmoedig maar zonder echte problemen, ook maar afsnijden. Met tijdelijk zo’n zes à zeven knopen stroom op de kont zeilen we het laatste stuk, totdat we vlak voor St. Peter Port een gekke eilandwind opsteekt. We hebben het gehaald!

Kanaaleiland, baby!

De haven hier valt grotendeels droog. Er zijn een paar steigers, een pier voor de ferry en een drietal havens waarbinnen de boten door middel van een flinke drempel drijvend gehouden worden. De behulpzame havendienst helpt ons eerst naar de juiste wachtsteiger en vervolgens, als het water een uurtje later hoog genoeg is om over de drempel te varen, naar een plekje in de Victoria Marina op Guernsey.

Daar liggen we dan, aan ons eerste kanaaleiland, op eigen kiel. Da’s een flinke mijlpaal waar we toch al een jaartje of drie naartoe “werken”. En nu? Eerst maar eens genieten van het subtropische klimaat (nog niet echt gemerkt), de eilandsfeer, het lekkere eten, het shopping-paradijs en al het andere moois dat Guernsey schijnt te bieden. Meteen even een bankrekening openen?